aA aA

Volgsysteem

Natuurlijk observeert de pedagogisch medewerker te allen tijde het functioneren van de peuters in een groep. Om echter specifiek in kaart te brengen hoe de ontwikkeling van ieder kind verloopt, gebruiken de peuterleidsters een peutervolgsysteem.

Er zijn drie meetmomenten tijdens het verblijf op de peuteropvang of voorschool. Zo kunnen we systematisch bekijken wat goed gaat en waar extra aandacht aan moet worden gegeven. Bijvoorbeeld: als een kind weinig contact maakt met anderen of qua taalontwikkeling achterblijft, dan wordt dit in het peutervolgsysteem vastgelegd.

Uiteindelijk gaat deze informatie ook mee naar de basisschool, zodat daar ook rekening kan worden gehouden met de ontwikkeling van het kind. Bovendien wordt dan tot en met groep 8 overgegaan op het 'leerlingvolgsysteem', dat hier goed op aansluit.